Grondstoffencollectief werkt aan Achterhoekse keten van graskarton

Karton met grasvezel wordt in Nederland en Duitsland al toegepast als verpakkingsmateriaal. In de Achterhoek werken bedrijven aan een keten waarin het gras uit de eigen regio dient als grondstof voor hun karton. 

De toepassing in de praktijk

Rensa Family Company in Doetinchem verpakt zijn installatiematerialen in dozen die voor dertig procent uit grasvezel bestaan. Het bedrijf gebruikt daarvoor een geautomatiseerd systeem met vier formaten dozen, die machinaal worden gevuld en gesloten en vervolgens door robots op pallets worden gestapeld. De dozen worden op dit moment in Duitsland geproduceerd.

Voor een geautomatiseerd verpakkingsproces is leveringszekerheid een harde eis. Bij een onderbreking in de aanvoer valt de lijn stil. Toen de levering van graskartonnen dozen enkele maanden geleden tijdelijk stagneerde vanwege de productieplanning bij de fabrikant, werd zichtbaar wat dat betekent voor de bedrijfsvoering. In de gesprekken met potentiële kartonproducenten is continuïteit van levering daarom een expliciet aandachtspunt, naast de eigenschappen van het materiaal zelf.

Grasvezel en gerecycled papier

Een papiervezel wordt bij elke recyclingronde korter. Na ongeveer zeven rondes is de vezel zo klein dat hij uit de kringloop verdwijnt en in het proceswater terechtkomt. Elk recyclingsysteem heeft daarom aanvulling nodig met verse vezel om op peil te blijven.

In Nederland is ongeveer 83 procent van het nieuwe papier en karton gemaakt van oud papier. De verse vezel die daarnaast nodig is wordt vrijwel volledig geïmporteerd, omdat er in Nederland geen celstof wordt geproduceerd. Duitsland, Zweden en België zijn de belangrijkste herkomstlanden.

Grasvezel is in dit systeem een alternatief voor die geïmporteerde verse vezel, niet voor het gerecyclede aandeel. In een doos met dertig procent grasvezel bestaat de overige zeventig procent uit papiervezel die grotendeels uit recycling afkomstig is.

Wat een productierun vraagt

Een papierfabriek die oud papier verwerkt kan dat continu doen, omdat de aanvoer constant is. Een run op een specifieke vezel vraagt een omschakeling van het proces en moet daarom een bepaalde omvang hebben om uitvoerbaar te zijn.

De orde van grootte die daarbij wordt genoemd is ongeveer 300 ton papier per run, wat overeenkomt met ruwweg 600.000 tot 700.000 vierkante meter verpakking. Voor een grote papierfabriek is dat ongeveer een dag productie.

Er speelt daarnaast een procesmatige beperking. Een fabriek die grasvezel verwerkt draait die doorgaans een paar dagen achtereen en schakelt daarna terug naar reguliere testliner, omdat de waterhuishouding in het proces anders uit balans raakt. Productie op grasvezel verloopt daardoor in blokken, wat vraagt om afstemming van afname en planning over langere termijn.

Papier en golfkarton reizen verschillend

Papier laat zich efficiënt over grote afstand vervoeren. Het gaat op rollen in containers en wordt vanuit Duitsland wereldwijd verscheept. Golfkarton is een ander product: een doos bestaat grotendeels uit lucht, waardoor transport over lange afstand economisch onaantrekkelijk is.

Golfkarton wordt in de praktijk daarom geproduceerd binnen ongeveer twee- tot driehonderd kilometer van de plaats waar het wordt gebruikt. De vraag waar het papier wordt gemaakt en de vraag waar de doos wordt gemaakt hebben daardoor verschillende antwoorden, ook binnen één regionale keten.

Standaardisatie van kwaliteiten

Golfkarton bestaat uit meerdere lagen: doorgaans een binnen- en een buitenlaag met daartussen een golvende middenlaag. Elke laag heeft een eigen papierkwaliteit en grammage.

Wanneer deelnemende bedrijven ieder een eigen combinatie van kwaliteiten vragen, moet de papierfabriek vaker omschakelen en worden de afzonderlijke runs kleiner. Beperking van het aantal kwaliteiten en grammages vereenvoudigt de productie en vergroot bovendien het aantal golfkartonproducenten dat met hetzelfde papier kan werken. Voor deelnemers betekent dit dat de eigen verpakkingsspecificatie onderdeel is van de afstemming.

Regelgeving en classificatie

Onder de Europese Verpakkingenverordening is de partij die een verpakking op de markt brengt verantwoordelijk voor een afvalbijdrage en voor de onderbouwende gegevens. De hoogte van die bijdrage hangt samen met de recyclebaarheid van de verpakking en het aandeel gerecycled materiaal. De registratiedrempel, die eerder op 50.000 kilo lag, komt te vervallen, waardoor ook kleinere hoeveelheden onder de verplichting gaan vallen.

Voor karton met grasvezel is de classificatie van biobased materiaal relevant. In de systematiek telt gerecycled materiaal gunstig en biobased materiaal als virgin. Toevoeging van grasvezel aan gerecycled karton leidt daardoor tot een ander tarief dan het aandeel gerecycled materiaal alleen zou doen vermoeden. 

Daarnaast speelt de vraag hoe gras juridisch wordt aangeduid. Dezelfde stroom wordt in de ene schakel van de keten als afval aangemerkt en in de andere als grondstof, en het onderscheid tussen biowaste en grondstof heeft gevolgen voor de beoordeling. Op dit punt bestaat nog geen eenduidige interpretatie. De Nederlandse uitvoeringsorganisatie heeft de verplichtingen tijdelijk opgeschort in afwachting van verduidelijking vanuit de Europese Commissie, waarbij terugwerkende kracht mogelijk blijft.

Het ontwerp van de verpakking

Naast het materiaal beïnvloedt het ontwerp de recyclebaarheid. Een verpakking die uit één materiaalstroom bestaat is eenvoudiger te verwerken dan een verpakking met een plastic sluitstrip, een perforatie of een dekkende inktlaag.

In het geval van Rensa zijn de plastic sluitstrip en de openperforatie komen te vervallen. De stabiliteit die de plastic stip bood is opgevangen met een constructieve versterking. Deze aanpassingen staan los van de grondstofkeuze en verlaagden in dit geval ook de kosten.

Vervolgstappen

Er wordt gewerkt aan een doorrekening van de keten: beschikbaar volume gras, het daaruit volgende aandeel in het karton, en het totale dozenvolume dat daartegenover staat. Daarnaast wordt de groep deelnemende bedrijven uitgebreid en is een gezamenlijk inkopersoverleg voorzien dat met papierfabrieken in gesprek gaat over kwaliteiten en volumes. Parallel loopt het traject rond de juridische definitie. Wil je meer informatie over meedoen aan deze keten? Neem contact op met Arne Eindhoven. 

< Terug naar alle nieuwsberichten